Laat u begeleiden op ontdekkingsreis naar een natuurlijke omgang met vruchtbaarheid
Starten met NFP - De cycluskaart
De cycluskaart is als een dagboek. Daarin worden alle waarnemingen genoteerd die met het vruchtbaarheidsgebeuren in verband staan, maar ook factoren die dit kunnen beïnvloeden.
Op de eerste dag van de bloeding begint u met de cycluskaart. Deze dag is tevens de eerste cyclusdag. De datum van deze dag wordt in de datumrij onder cyclusdag 1 genoteerd en de datumrij wordt verder ingevuld. Onder deze rij wordt de bloeding genoteerd d.m.v. verticale streepjes. Spotting wordt door enkele puntjes aangegeven. Sommige vrouwen hebben al vóór het begin van de eigenlijke menstruatie al wat bloedverlies (spotting), deze dagen horen nog bij de vorige cyclus. De nieuwe cyclus begint dus pas op de dag van de doorbraakbloeding (wanneer maandverband nodig is).
Veel vrouwen merken af en toe iets als "vloed" in de vagina. Slechts weinigen weten dat het hier om baarmoederhalsslijm gaat en leggen een verband met hun vruchtbaarheid. Tegen het einde van de menstruatie begint men met de waarneming van het slijm. Daarbij let de vrouw erop, wat ze aan de vagina-ingang ervaart en voelt en hoe het slijm er uitziet.
Overdag wordt gelet op wat aan de vagina-ingang wordt ervaren. Wanneer ze naar toilet gaat, kijkt de vrouw met de vinger of het toiletpapier aan de vagina-ingang, of er uiterlijk slijm aanwezig is of niet. Het uiterlijk van het slijm wordt naar de rekbaarheid en kleur beoordeeld.
Na de maandelijkse bloeding maakt de baarmoederhals slijm aan. Een teken dat het lichaam zich voorbereidt op de eisprong. In het begin is het slijm dik, taai en niet doorzichtig. Het ontwikkelt zich gedurende enkele dagen tot een betere conditie, tot aan de eisprong. Op dat moment is het slijm van de beste kwaliteit. De zaadcellen overleven makkelijker en het slijm geleidt de cellen richting de eileiders, naar het eitje. In de dagen voor de eisprong is het slijm helder, dunner en rekbaar. Na de eisprong daalt de kwaliteit weer.
De dagelijkse waarnemingen worden 's avonds op de cycluskaart genoteerd, en wel steeds alleen de beste slijmkwaliteit die in de loop van de dag werd waargenomen. Op de cycluskaart is per dag een vakje voor ervaren/voelen en voor het uiterlijk. Zelfs wanneer slechts één keer op de dag heel weinig slijm werd waargenomen, wordt dit genoteerd. Ter vereenvoudiging van de interpretatie later, worden de beschrijvingen van één dag in een afkorting samengevat op de 37° C-lijn.
Temperatuurmeting
Wanneer een vrouw het verloop van haar ochtendtemperatuur in een cyclus volgt, stelt ze vast, dat er twee temperatuurniveau's zijn. Vóór de eisprong, in de eerste cyclusfase, is de temperatuur iets lager. Rond de eisprong stijgt ze met tenminste 0,2°C en blijft ze hoog tot aan het einde van de cyclus.
Meetwijze:
Meten onmiddellijk na het wakker worden, maar vóór het opstaan
In de leerfase liefst dagelijks meten (na tenminste één uur slaap)
Een normale kwikthermometer of digitaal met 2 decimalen
Steeds dezelfde thermometer
Steeds dezelfde meetwijze: in de mond (5 minuten), in de anus (3 minuten) of in de vagina (5 minuten); nooit onder de arm!
Mogelijke storingsfactoren:
Andere thermometer
Fouten of veranderingen in de meetwijze
Verschillende meettijden
Verandering van omgeving (reis, klimaat)
Stress en psychische belasting, opwinding
Ongewoon alcoholgebruik
Laat eten 's avonds
Ongewoon laat gaan slapen
Te korte of gestoorde nachtrust
Ploegendienst
Ziekte
Zich slecht voelen
Bepaalde medicatie
De temperatuurwaarden worden met een stip in de curve genoteerd. De temperatuurstippen worden dag na dag met elkaar verbonden. Mogelijke storingen en bijzonderheden worden in de bovenste rij opgeschreven.
Interpretatie cycluskaart
Om de vruchtbare dagen precies te kunnen bepalen heeft u persoonlijke begeleiding en de NFP-regels nodig, deze heten o.a.: slijm(piekdag)regels en temperatuurregels met 2 uitzonderingen.
De grootste kans om zwanger te worden bestaat:
Op de laatste dagen met slijm van de beste kwaliteit en dagen onmiddellijk daarna tot en met de dag van de eerste hogere temperatuur
Op de dagen met hoge, open en zachte baarmoederhals
Op de dagen met ovulatiepijn of ovulatiebloeding
Een ovulatiebloeding is een tussenbloeding. Sommige vrouwen nemen in de vruchtbare periode wel eens een tussenbloeding waar, die sterk kan variëren in sterkte. Meestal is het alleen maar als een lichte, rood- of bruinachtige verkleuring van het baarmoederhalsslijm waar te nemen. In zeldzame gevallen doet ze zich voor als een bloeding die enkele dagen duurt en die - zonder de controle van de temperatuurverhoging – gemakkelijk met een menstruatiebloeding verward kan worden. De tussentijdse bloeding treedt in nauwe samenhang met de eisprong op en wordt vooral door natuurlijke hormonenschommelingen in deze periode verklaard.
Vaststellen van een zwangerschap
Duurt de verhoogde temperatuurfase langer dan 18 dagen (vanaf de eerste hogere meting geteld) en is nog geen bloeding opgetreden, dan is hoogstwaarschijnlijk een zwangerschap begonnen.
Wanneer een temperatuurcurve beschikbaar is, kan de vermoedelijke bevallingsdatum nauwkeuriger worden bepaald dan op basis van de menstruatiebloeding. Tussen de eerste hogere meting en de berekende geboortedatum liggen 266 dagen. De uitgerekende geboortedatum wordt volgens de volgende regel berekend:
Datum van de eerste hogere meting, minus 7 dagen, plus 9 maanden.